Minicursus
sollicitatiebrieven schrijven


Module 2: Alinea's


Briefopbouw

Elke goede sollicitatiebrief heeft min of meer dezelfde opbouw. Er is een blok met de adresgegevens van de afzender, een blok met de naam- en adresgegevens van het bedrijf waar je solliciteert, datum en plaats zijn vermeld, de brief heeft een aanhef, soms een onderwerpsregel (waarin staat op welke functie je solliciteert) en natuurlijk is je brief ondertekend en staat er aangegeven of er al dan niet bijlagen (zoals je cv) zijn toegevoegd. Op al deze zaken gaan we hier verder niet in. In de Sollicitatieset vind je kant-en-klare modellen (in Word-formaat) waarin al deze elementen standaard zijn opgenomen. Je hoeft er alleen nog maar je eigen gegevens aan toe te voegen.

De hoofdmoot van je sollicitatiebrief bestaat echter uit de verschillende alinea’s. Alinea’s zijn groepjes zinnen die bij elkaar horen. Als je al je zinnen op een logische, duidelijke en overzichtelijke manier groepeert tot alinea’s, maakt dat je brief prettig leesbaar.

Inhoud alinea’s

Als je een duidelijke en overzichtelijke sollicitatiebrief wilt schrijven, moet je ervoor zorgen dat je per alinea niet meer dan één onderwerp ter sprake brengt. De kant-en-klare modellen in de Sollicitatieset gaan uit van vijf alinea’s: een alinea ter inleiding, een alinea waarin je vertelt wie je bent, een alinea waarin je aangeeft waarom je deze baan graag wilt hebben, een alinea waarin je duidelijk maakt waarom je denkt dat je geschikt bent voor de baan en een alinea ter afsluiting. Deze volgorde hoef je niet per se aan te houden; de alinea’s over motivatie en geschiktheid kun je bijvoorbeeld best omdraaien.

Omvang

Een alinea moet niet te lang zijn. Vooral als je brief vanaf een beeldscherm wordt gelezen en niet uitgeprint, leest een lang tekstblok niet prettig. Maar je alinea’s moeten ook weer niet te kort zijn. Dan valt je brief uiteen in veel te kleine stukjes en is de samenhang snel zoek. Een goed gemiddelde is zo’n vijf à zes zinnen per alinea. Heb je veel meer zinnen nodig om alles op te kunnen schrijven wat je over een bepaald onderwerp kwijt wilt, kijk dan of je de alinea niet kunt splitsen. Als je bijvoorbeeld aan het uitleggen bent waarom je geschikt denkt te zijn voor een bepaalde functie, merk je misschien dat je daarvoor wel tien zinnen nodig hebt. Het kan zijn dat je meerdere opleidingen hebt gevolgd of dat je op veel verschillende plaatsen ervaring hebt opgedaan. Splits deze alinea dan op een logische manier in tweeën.

Vormgeving

De verschillende alinea’s onderscheiden zich dus van elkaar doordat ze elk hun eigen onderwerp hebben. Daarnaast kun je alinea’s vaak ook visueel van elkaar onderscheiden, want meestal is er een witregel tussen de alinea’s aangebracht. Dit maakt een sollicitatiebrief erg overzichtelijk (een van de eisen waaraan een goede sollicitatiebrief moet voldoen – zie module 1). Horen twee alinea’s inhoudelijk erg sterk bij elkaar, dan kun je er ook voor kiezen ze niet te scheiden door een witregel, maar de tweede alinea alleen op een nieuwe regel te beginnen, zodat de scheiding minder sterk is.

Samenhang

Zoals je net hebt gelezen, vormt elke alinea een afgeronde eenheid, waarin niet meer dan één onderwerp ter sprake komt. Maar dat wil niet zeggen dat elke alinea volledig op zichzelf staat. Vaak hangen twee of meer alinea’s uit je brief wel degelijk met elkaar samen. Ontbreekt zo’n samenhang helemaal, dan komt je brief erg rommelig over. Verbanden kun je op drie manieren aangeven: met behulp van signaalwoorden, verwijswoorden en inhoudswoorden. In de volgende module (Zinnen) komt dit onderwerp uitgebreider aan de orde. Nu wordt alleen uitgelegd wat signaal-, verwijs- en inhoudswoorden eigenlijk zijn.

Signaalwoorden

Met signaalwoorden bereid je je lezer voor op iets wat nog komt of grijp je terug op iets wat al besproken is. Signaalwoorden zijn woorden als: kortom, desondanks, niettemin, integendeel, ten eerste, ten tweede, dus, blijkbaar, trouwens, namelijk, bovendien, immers, uiteraard, ... Ook kleine zinnetjes kunnen een signaalfunctie hebben: zoals u hebt gelezen, hieruit blijkt wel dat ..., daar staat tegenover dat ..., het probleem daarbij is ...

Verwijswoorden

Verwijswoorden zijn woorden als: dit, dat, deze, die, zijn, haar, hun, daarin, waarmee, hiervan, ... Ze verwijzen naar een woord dat of een woordgroep die al eerder genoemd is.

Inhoudswoorden

Inhoudswoorden zijn meestal herhalingen van zelfstandige naamwoorden of werkwoorden. Ze hebben dezelfde inhoud als een al eerder genoemd woord.

Terug naar de inhoudsopgave van de minicursus Sollicitatiebrieven schrijven